zaterdag 4 september 2010
Personages langs de weg
Ik krijg steeds meer het idee dat ik de locaties en de personages dichtbij huis moet zoeken. Om gewoon op de weg te blijven die van Filadelfia naar de estancia loopt, en verder naar het noorden toe tot aan de nationale park die grenst met Bolivia. Op deze weg zijn al genoeg interessante locaties te bezoeken. Er zijn grote estancia’s, kleine veeboeren, kleine ‘latina-’gemeenschappen, vijf inheemse gemeenschappen van drie verschillende stammen: de Ayoreo, de Angaité en de Guaraní.
Vandaag hebben we de eerste etappe gehad en zijn we naar het noorden gegaan naar Tte. Martinez, waar we Estella ontmoetten. Onderweg hebben we gesproken met de mevrouw van de kleine cantina primer trago (de eerste slok) Doña Victoria en señora Olga van het tankstation.
Morgen gaan we richting het zuiden, op bezoek bij verschillende inheemse gemeenschappen.
Eerst had ik sterk het idee dat mijn onderzoek representatief moest zijn voor heel de Chaco, en dat alles vooral heel ver weg uit elkaar moet zijn. Maar nu we hier een paar dagen zijn denk ik steeds meer: waarom zo moeilijk? Hier op deze weg vind je eigenlijk alles al. Dat is ook wel duidelijk geworden uit gesprekken met Antonio en Juan – wat je hier vindt aan gemeenschappen, dat lijkt heel erg op wat je verder naar het oosten vind, of verder naar het westen. De diversiteit van de Chaco is weer te geven in de diversiteit die op deze weg te vinden is. De problematiek van het isolement – geen elektriciteit en/of geen telefonie – is hier in verschillende mate aan de orde. Zo zijn er indigenastammen die wel bereik hebben voor hun mobiele telefoon, maar geen generator hebben om de telefoons mee op te laden. Andere gemeenschappen hebben wel elektriciteit via een generator, maar geen bereik voor hun mobiele telefoon.
Over een paar jaar zal dit allemaal wel voorbij zijn en dat heeft alles te maken emt de weg. De weg wordt sinds een jaar beheerd door een vereniging bestaande uit estancia-eigenaren. Het is een zandweg dat na regenval nauwelijks begaanbaar is vanwege de kleiachtige modder. Of zware vrachtwagens rijden door modder waardoor er grote kraters in de weg komen. Het departement kwam eens in de zoveel tijd voor wegwerkzaamheden, maar niet naar tevredenheid van de vereniging. Nu hebben ze het heft in eigen handen genomen. Er wordt een tol gevraagd voor het continue onderhoud van de weg. Dit lijkt een eerste stap in de ontsluiting van het gebied. Er zijn voorbeelden van zelfde soorten verenigingen uit andere delen van de Chaco. Na de verbeteringen aan de weg bleven ze bijeen om de elektriciteitslijn door te trekken, om uiteindelijk mobiele antennes naar het gebied te halen. Het lijkt dus enkel een kwestie van tijd voordat bijvoorbeeld Olga haar droom van een telefooncel voor haar tankstation bewaarheid ziet.
Vandaag hebben we de eerste etappe gehad en zijn we naar het noorden gegaan naar Tte. Martinez, waar we Estella ontmoetten. Onderweg hebben we gesproken met de mevrouw van de kleine cantina primer trago (de eerste slok) Doña Victoria en señora Olga van het tankstation.
Morgen gaan we richting het zuiden, op bezoek bij verschillende inheemse gemeenschappen.
Eerst had ik sterk het idee dat mijn onderzoek representatief moest zijn voor heel de Chaco, en dat alles vooral heel ver weg uit elkaar moet zijn. Maar nu we hier een paar dagen zijn denk ik steeds meer: waarom zo moeilijk? Hier op deze weg vind je eigenlijk alles al. Dat is ook wel duidelijk geworden uit gesprekken met Antonio en Juan – wat je hier vindt aan gemeenschappen, dat lijkt heel erg op wat je verder naar het oosten vind, of verder naar het westen. De diversiteit van de Chaco is weer te geven in de diversiteit die op deze weg te vinden is. De problematiek van het isolement – geen elektriciteit en/of geen telefonie – is hier in verschillende mate aan de orde. Zo zijn er indigenastammen die wel bereik hebben voor hun mobiele telefoon, maar geen generator hebben om de telefoons mee op te laden. Andere gemeenschappen hebben wel elektriciteit via een generator, maar geen bereik voor hun mobiele telefoon.
Over een paar jaar zal dit allemaal wel voorbij zijn en dat heeft alles te maken emt de weg. De weg wordt sinds een jaar beheerd door een vereniging bestaande uit estancia-eigenaren. Het is een zandweg dat na regenval nauwelijks begaanbaar is vanwege de kleiachtige modder. Of zware vrachtwagens rijden door modder waardoor er grote kraters in de weg komen. Het departement kwam eens in de zoveel tijd voor wegwerkzaamheden, maar niet naar tevredenheid van de vereniging. Nu hebben ze het heft in eigen handen genomen. Er wordt een tol gevraagd voor het continue onderhoud van de weg. Dit lijkt een eerste stap in de ontsluiting van het gebied. Er zijn voorbeelden van zelfde soorten verenigingen uit andere delen van de Chaco. Na de verbeteringen aan de weg bleven ze bijeen om de elektriciteitslijn door te trekken, om uiteindelijk mobiele antennes naar het gebied te halen. Het lijkt dus enkel een kwestie van tijd voordat bijvoorbeeld Olga haar droom van een telefooncel voor haar tankstation bewaarheid ziet.
Olga´s tankstation
Olga woont tussen Tte. Martinez en de estancia in. Ze woont sinds 10 jaar aan de weg. Ze heeft een kleine estancia samen met haar zus (La Paz) en had een kleine garage voor autoreparaties. Twee jaar geleden besloot ze een tankstation te beginnen aan de weg. Het ziet er splinternieuw uit. Terwijl ze onze tank vult met diesel begint ze enthousiast te praten over de radio en houdt ook niet meer op. Dit is een jonge vrouw die dromen heeft. Ze wil graag een antenna van mobiele provider TIGO in de tuin. Ze wil een telefooncel op het erf. Ze wil internet. Ze wil een schooltje beginnen op het erf als haar vierjarige dochter over een paar jaar naar de eerste klas gaat.
Communicatie is voor haar heel belangrijk, wat evident lijkt als je haar spraakwaterval over je heen krijgt. Moeiteloos valt ze van het ene onderwerp in het andere.
Ze heeft een petitie met al 500 verzamelde handtekeningen, om aan TIGO te geven met de vraag voor een antenne. Op eenzelfde manier zit ze achter de telefoniebedrijf COPACO aan om internet en een openbare telefooncel los te peuteren voor een vriendelijke prijs.
Het is moeilijk voor haar om personeel te houden. Ze zou zo graag een meisje in dienst nemen, maar die willen niet blijven omdat het zo afgelegen is.
Ondertussen wacht Olga langs de weg, op de weinige motors en auto’s die langs komen. Op sommige dagen heeft ze geen enkele klant. Op de vraag van Antonio hoe de zaken gaan, antwoordt ze goed - gezien de plek. Het komt er zo uitrollen als een vanzelfsprekendheid.
Een keer per week, op dinsdag, komt een bus over de weg gehobbeld (een kleine minivan). Haar tankstation is dan een verzamelpunt van reizigers.
Ze heeft een HF-radio waarmee ze berichten van de buren en mensen uit de wijde omgeving doorgeeft aan radio Pa’i puku.
Als het een verzamelpunt is, is het een interessant gegeven – zo’n lege, verlaten plek met een dromer die wil communiceren met alles en iedereen.
Communicatie is voor haar heel belangrijk, wat evident lijkt als je haar spraakwaterval over je heen krijgt. Moeiteloos valt ze van het ene onderwerp in het andere.
Ze heeft een petitie met al 500 verzamelde handtekeningen, om aan TIGO te geven met de vraag voor een antenne. Op eenzelfde manier zit ze achter de telefoniebedrijf COPACO aan om internet en een openbare telefooncel los te peuteren voor een vriendelijke prijs.
Het is moeilijk voor haar om personeel te houden. Ze zou zo graag een meisje in dienst nemen, maar die willen niet blijven omdat het zo afgelegen is.
Ondertussen wacht Olga langs de weg, op de weinige motors en auto’s die langs komen. Op sommige dagen heeft ze geen enkele klant. Op de vraag van Antonio hoe de zaken gaan, antwoordt ze goed - gezien de plek. Het komt er zo uitrollen als een vanzelfsprekendheid.
Een keer per week, op dinsdag, komt een bus over de weg gehobbeld (een kleine minivan). Haar tankstation is dan een verzamelpunt van reizigers.
Ze heeft een HF-radio waarmee ze berichten van de buren en mensen uit de wijde omgeving doorgeeft aan radio Pa’i puku.
Als het een verzamelpunt is, is het een interessant gegeven – zo’n lege, verlaten plek met een dromer die wil communiceren met alles en iedereen.
Dispeseria Tte. Martinez
Ongeveer vijftig kilometer ten noorden van de estancia ligt Tiniente Martinez, een kleine gemeenschap waar 12 families wonen. Langs de rechte wegen staan bescheiden bakstenen huisjes, waar de mensen onder de schaduw van de veranda hun ochtend-maté drinken. Op het erf scharrelen de kippen rond; een hond ligt te slapen onder een verroeste pick-up die op blokken staat.
Op de hoek van een kruispunt hangt een uithangbord van het biermerk Brahma. Hier is de dispensaria van Estella en Juan Carlos. Door een luikje verkopen ze kruidenierswaren en drank. Binnen staan stapels meel, flesjes frisdrank, sloffen sigaretten. Elke hoek wordt gebruikt als opslagplaats. In de hoek drinkt een klein varkentje een schotel melk, een grijze kat ligt op een de stapels meelzakken te slapen.
Voor het huis is een kleine overdekking. Drie bankjes staan achterelkaar en kijken allen richting de platstreken televisie die hoog op de muur is gemonteerd. Elke avond verzamelen zich hier de vrouwen om de novelas (soap opera’s) te kijken.
In de slaapkamer ligt een ronde kip op het onderste stapelbed te koeren. Hier slaapt anders Estella’s oudste dochter. Zij woont nu in Asunción bij Estella’s moeder, om naar de middelbare school te gaan. Op het bovenste bed slaapt de jongste, vijf jaar oud. Van haar zijn ongetwijfeld de roze posters van Minnie Mouse die aan de muur hangen.
In de hoek van de kamer staat de laptop op een laag tafeltje. Als enigen in het dorp hebben Estella en Juan Carlos internet. Sinds drie maanden hebben zij een schotelantenne op het erf staan. Mensen kwamen altijd al naar Estella om hun berichtjes aan Radio Pa’i puku door te geven. Zij gaf ze dan door via de HF-radio (kortegolf). Het is een dienst die 3000 guarani kost (0,50 cent). De groeten doen of een liedje voor iemand aanvragen kost 5000, algemene berichten (bijvoorbeeld een uitnodiging voor een voetbaltoernooitje) kosten 20,000. Nu komen de mensen nog altijd aan het luikje om de berichtjes door te geven. Het enig verschil is dat Estella ze per internet stuurt aan Esperanza van de radio. Ze vraagt nu 2000 guarani meer als bijdrage aan de internetkosten.
Achter het huis scharrelt de gevogelte rond op het volleybalveldje. Daar verzamelen mensen uit de buurt in het weekend om een partijtje te spelen. De dispensaria vormt een spil in de gemeenschap lijkt het. Zowel in het dorpje als in de wijde omgeving. ’s Ochtends vroeg kruipt Estella in de hoek tussen twee koelkasten in, om een rondje kortegolf radio te doen. Ze zoekt contact met verschillende estancia’s in de buurt om te vragen of er nieuws is. Heeft het geregend? Over. Hoe is de staat van de weg? Over. Ze groet de mensen en noteert de millimeters regenval. Over en uit. Straks zal ze het nieuws versturen per e-mail naar Radio Pa’i puku.
Op de hoek van een kruispunt hangt een uithangbord van het biermerk Brahma. Hier is de dispensaria van Estella en Juan Carlos. Door een luikje verkopen ze kruidenierswaren en drank. Binnen staan stapels meel, flesjes frisdrank, sloffen sigaretten. Elke hoek wordt gebruikt als opslagplaats. In de hoek drinkt een klein varkentje een schotel melk, een grijze kat ligt op een de stapels meelzakken te slapen.
Voor het huis is een kleine overdekking. Drie bankjes staan achterelkaar en kijken allen richting de platstreken televisie die hoog op de muur is gemonteerd. Elke avond verzamelen zich hier de vrouwen om de novelas (soap opera’s) te kijken.
In de slaapkamer ligt een ronde kip op het onderste stapelbed te koeren. Hier slaapt anders Estella’s oudste dochter. Zij woont nu in Asunción bij Estella’s moeder, om naar de middelbare school te gaan. Op het bovenste bed slaapt de jongste, vijf jaar oud. Van haar zijn ongetwijfeld de roze posters van Minnie Mouse die aan de muur hangen.
In de hoek van de kamer staat de laptop op een laag tafeltje. Als enigen in het dorp hebben Estella en Juan Carlos internet. Sinds drie maanden hebben zij een schotelantenne op het erf staan. Mensen kwamen altijd al naar Estella om hun berichtjes aan Radio Pa’i puku door te geven. Zij gaf ze dan door via de HF-radio (kortegolf). Het is een dienst die 3000 guarani kost (0,50 cent). De groeten doen of een liedje voor iemand aanvragen kost 5000, algemene berichten (bijvoorbeeld een uitnodiging voor een voetbaltoernooitje) kosten 20,000. Nu komen de mensen nog altijd aan het luikje om de berichtjes door te geven. Het enig verschil is dat Estella ze per internet stuurt aan Esperanza van de radio. Ze vraagt nu 2000 guarani meer als bijdrage aan de internetkosten.
Achter het huis scharrelt de gevogelte rond op het volleybalveldje. Daar verzamelen mensen uit de buurt in het weekend om een partijtje te spelen. De dispensaria vormt een spil in de gemeenschap lijkt het. Zowel in het dorpje als in de wijde omgeving. ’s Ochtends vroeg kruipt Estella in de hoek tussen twee koelkasten in, om een rondje kortegolf radio te doen. Ze zoekt contact met verschillende estancia’s in de buurt om te vragen of er nieuws is. Heeft het geregend? Over. Hoe is de staat van de weg? Over. Ze groet de mensen en noteert de millimeters regenval. Over en uit. Straks zal ze het nieuws versturen per e-mail naar Radio Pa’i puku.
maandag 30 augustus 2010
Morgen weer naar de Chaco
We vertrekken morgen weer naar de Chaco, samen met Juan. We rijden naar de estancia en blijven daar een dagje. Onderweg zullen we Antonio ophalen, die voor ons zal gidsen en vertalen van Spaans naar Guarani en omgekeerd. Zijn vrouw is Sara Fischer, die 11 jaar bij de radio heeft gewerkt. Beiden kennen de Chaco goed en zijn ook goed bekend in de Chaco. We hopen van Sara goed inzicht te krijgen in mogelijke personages en locaties. We zitten nu namelijk met een longlist van tien plaatsen in de Chaco, van de westelijke grens tot aan de oostelijke grens. Honderden kilometers over zandwegen. Realistisch gezien is het niet haalbaar om ze allen te bezoeken. We willen dus met Sara en Antonio een shortlist opstellen van waarschijnlijk 2 a 3 plaatsen, waar we een paar dagen kunnen verblijven. Nu begint het echte researchwerk!
Op de terugweg gaan we weer langs het radiostation, waar drie dagen lang feest wordt gevierd voor het 13-jarig jubileum. Ook een interessante plek om mensen te ontmoeten, want ongeveer duizend mensen reizen jaarlijks af naar het radiostation voor de stierengevechten, de muziek, de loterij van prijzen en om hun artesania te verkopen. Kom maar op met het couleur locale!
Op de terugweg gaan we weer langs het radiostation, waar drie dagen lang feest wordt gevierd voor het 13-jarig jubileum. Ook een interessante plek om mensen te ontmoeten, want ongeveer duizend mensen reizen jaarlijks af naar het radiostation voor de stierengevechten, de muziek, de loterij van prijzen en om hun artesania te verkopen. Kom maar op met het couleur locale!
zondag 29 augustus 2010
over het radiostation
Het initiële idee van een radiozender in de Chaco kwam van de Belgische missionaris Padre Pedro Shaw. Deze tweemeter lange man werd door de mensen hier liefkozend in Guarani Pa’i Puku genoemd, wat grote vader betekent. Hij kwam in de jaren ’60 naar de Chaco en heeft veel betekend voor de oorspronkelijke bevolking, waar de plaatselijke regering niet naar omkeek. Zijn eerste missie was natuurlijk zendingswerk; om de indianenbevolking binnen de vouwen van de katholieke kerk te krijgen. Maar dat ging samen met het opzetten van onderwijs, landbouwprojecten, watervoorzieningen en een plan voor communicatie via de radio. Hij is in 1984 verongelukt op de TransChaco snelweg, voordat zijn plannen voor het radiostation bewaarheid werden. Meer dan tien jaar later besloot een kleine groep geestelijken en radiomakers om het plan van Pa’i puku voor een radiostation voor en door de chequenen uit te voeren.
In 1996 begonnen ze experimenteel, als piratenzender. Een jaar later, op 12 september was de eerste officiële uitzending. Zoals men het hier op het radiostation vertelt is het een ware revolutie geweest. Tot dan toe was er enkel een radiostation in de mennonietenkolonie Filadelfia. De muziek was voornamelijk Duitstalige schlagers en de uitzendingen waren in het Duits of Spaans. De radio van Filadelfia, Crestin, zond al avisos (berichten) uit, maar altijd in het Duits of Spaans.
Met de komst van Radio Pa’i puku kreeg de oorspronkelijke bevolking voor het eerst eigen muziek te horen en werden ze aangesproken in hun eigen taal via de ether. Niet alleen Spaans, maar ook Guarani en zelfs in de 18 talen van de inheemse bevolkingen die in de Chaco wonen. Indianen die een bericht wilden doorgeven in hun eigen taal, werden gelijk live in de uitzending geplaatst. Toen radio Pa’i puku de lucht inging stuurden mensen vanzelf al berichtjes om voorgelezen te worden tijdens de uitzending. Pas later hebben ze er een officiële plek voor ingeruimd in hun programmering. Mensen stuurden berichten in via kaartjes of kleine papiertjes, die ze meegaven aan de buschauffeur of een vrachtwagenchauffeur. Soms kwamen heel urgente berichten een maand te laat aan. Andere berichten hadden geen datum, waardoor een bericht als “ontmoet me morgen bij km 370” betekenisloos werd. Veel berichten kwamen ook binnen via de HF, de kortegolf radio, zoals ook vandaag de dag. Mensen lopen of fietsen soms urenlang om naar een estancia, een missiepost of een dorpje om hun bericht via de kortegolf door te geven. In de begindagen werden veel berichten ingezonden waarbij men op zoek was naar mensen waar ze het contact mee hadden verloren. “Ik ben twintig jaar geleden het contact met mijn broer kwijtgeraakt toen hij naar het noorden trok voor werk. Ik wil graag een oproep doen of iemand meer weet over hem en hoe ik met hem in contact kan komen.” Veel families zijn herenigd via deze oproepen in vooral de eerste vijf jaar van het bestaan van het station.
In 1996 begonnen ze experimenteel, als piratenzender. Een jaar later, op 12 september was de eerste officiële uitzending. Zoals men het hier op het radiostation vertelt is het een ware revolutie geweest. Tot dan toe was er enkel een radiostation in de mennonietenkolonie Filadelfia. De muziek was voornamelijk Duitstalige schlagers en de uitzendingen waren in het Duits of Spaans. De radio van Filadelfia, Crestin, zond al avisos (berichten) uit, maar altijd in het Duits of Spaans.
Met de komst van Radio Pa’i puku kreeg de oorspronkelijke bevolking voor het eerst eigen muziek te horen en werden ze aangesproken in hun eigen taal via de ether. Niet alleen Spaans, maar ook Guarani en zelfs in de 18 talen van de inheemse bevolkingen die in de Chaco wonen. Indianen die een bericht wilden doorgeven in hun eigen taal, werden gelijk live in de uitzending geplaatst. Toen radio Pa’i puku de lucht inging stuurden mensen vanzelf al berichtjes om voorgelezen te worden tijdens de uitzending. Pas later hebben ze er een officiële plek voor ingeruimd in hun programmering. Mensen stuurden berichten in via kaartjes of kleine papiertjes, die ze meegaven aan de buschauffeur of een vrachtwagenchauffeur. Soms kwamen heel urgente berichten een maand te laat aan. Andere berichten hadden geen datum, waardoor een bericht als “ontmoet me morgen bij km 370” betekenisloos werd. Veel berichten kwamen ook binnen via de HF, de kortegolf radio, zoals ook vandaag de dag. Mensen lopen of fietsen soms urenlang om naar een estancia, een missiepost of een dorpje om hun bericht via de kortegolf door te geven. In de begindagen werden veel berichten ingezonden waarbij men op zoek was naar mensen waar ze het contact mee hadden verloren. “Ik ben twintig jaar geleden het contact met mijn broer kwijtgeraakt toen hij naar het noorden trok voor werk. Ik wil graag een oproep doen of iemand meer weet over hem en hoe ik met hem in contact kan komen.” Veel families zijn herenigd via deze oproepen in vooral de eerste vijf jaar van het bestaan van het station.
De weg
Om Asunción uit te rijden volgen we het begin van de Ruta Trans Chaco, een zesbaansweg met links en rechts uithangborden die met elkaar concurreren om de aandacht. Een kleine supermarkt, een begrafenisonderneming (Jardin Celestial ofwel Hemels tuin), een Gomeria (waar ze autobanden plakken), een ferreteria (ijzerhandel), een verkooppunt voor celulares (mobiele telefoons).
Wanneer we met een lange brug de Paraguay Rivier oversteken zijn we reeds in de Chaco en laten we de drukte van de stad achter ons. De weg is nu tweebaans geworden en zal voor de rest van de route nauwelijks een bocht hebben. De weg snijdt een kaarsrechte lijn door het vlakke landschap. Links een veld met her en der een palmboom. Rechts een veld met her en der een palmboom. Af en toe is er een kleine watering waar wat koeien staan te drinken. Soms is er brand in de bermen. Kleine struiken lichten op met vlammen, voor de rest omgeven door rook. Ook wij rijden op momenten door dikke rookwolken. De kilometerpaaltjes links van de weg markeren lui de groeiende afstand tot de hoofdstad. A 21, A 22, A 23. Bij de ingang van een estancia, een gemeenschap of een tankstation wordt de kilometer benadrukt door een extra bord ‘Surtidor km 140’. In de berm staan wat magere koeien te grazen, soms een paard. De weg oogt als lange afstand en kan denk ik beeldend heel goed werken om het isolement van de regio te verbeelden.
Het verkeer bestaat uit de bus uit Asunción, vrachtwagens volgeladen met koeien, kleinere pick-ups volgeladen met gereedschap of voedsel en de snelle 4x4’s die iedereen inhalen. Dichtbij dorpjes zijn er ook nog paard en wagens of motorrijders – drie jongens op de een, een non op de ander, twee meisjes met een schooluniform. Allen zonder helm. Op de weg en langs de weg vind je op deze manier visual evidence van de mensen die in de Chaco wonen en werken – kleine slaperige dorpjes, transport van vee, de rijkere boeren die en estancia hebben.
Langs de weg loopt de elektriciteitslijn en opvallend vaak zien we een zendmast voor mobiele telefonie. Thomas zegt: je bent eigenlijk vijf jaar te laat met je film, en dat is ergens ook wel zo. In razend tempo verrijzen de torens en breiden de cirkels van bereik zich uit. Het is anders dan ik het me herinner. Het klopt ook. Bij navraag blijken steeds meer mensen mobiele telefoons te hebben. In een land waar zes miljoen mensen wonen, zijn er 8 miljoen mobiele telefoons in gebruik. Ook al heeft je woonplaats geen signaal, dan nog heb je een mobieltje, lijkt het. Sommige dorpen vallen wel binnen zo’n bereikcirkel, maar dan hebben ze een ander probleem: geen elektriciteit.
Dit soort gemeenschappen hebben van bijvoorbeeld een NGO zonnepanelen gekregen. Er hangt dan een rijtje mobieltjes onder een zonnepaneel te laden. Als ze geen zonnepaneel hebben, dan is er een ingenieus systeem waarmee een houten ombouw hebben gemaakt voor grote batterijen (van het type voor een zaklantaarn). Er loopt een lijntje waaraan de stekker van de mobiel bevestigd kan worden. Maar de energie van de telefoonaccu is kostbaar, dus meestal staat de telefoon uit. Wil je in contact komen, dan laat je een bericht voorlezen door Radio Pa’i puku. “Maria Gomez vraagt aan Enrique Villalba of hij zijn mobiel aan wil zetten, vandaag rond drie uur.”
De rol van de Radio is veranderd in de dertien jaar dat het uitzendt in de Chaco, daar het leven in de Chaco ook zienderogen verandert. Maar tijdens de interviews bij het radiostation en daarbuiten meent iedereen dat de aviso’s personales nog altijd hun functie hebben.
Ik ben geneigd om de nieuwe technologie ook een plaats te geven in de film; in de trant van: “Kijk, het verandert.. zo was het vroeger overal, maar binnenkort niet meer.” Het is ook heel verleidelijk. Het radiostation lijkt in the middle of nowhere, maar ondertussen zijn zij ook ‘connected’. Terwijl Esperanza de aviso’s voorleest, zit de technicus in het geluidshok gewoon zijn facebook-account bij te werken. Maar nog altijd geldt dat internet maar door zo’n 18 % van de bevolking wordt gebruikt en dat er dagelijks in de Chaco tegen de honderd aviso’s worden ingestuurd om voorgelezen te worden. Als ik me al te erg laat meeslepen door de microinformatie (allemaal razend interessant!) van bijvoorbeeld het hoe en waarom van het radiostation, de veranderende tijden, het sociale probleem van veel indianengemeenschappen in de Chaco – noem het maar op – dan haalt Thomas me er weer bij: “Waar ging het je ook al weer om? De berichtjes toch? En het contact tussen mensen?”
“O ja, o ja, daar ging het me inderdaad om.”
Maar ondertussen tolt mijn hoofd nog steeds. Het is heel moeilijk om niet meegesleept te worden in de realiteit die je tegenkomt, omdat je er tegelijkertijd ook naar op zoek bent. En we krijgen veel gouden suggesties. Je zou daar eens moeten kijken... daar heeft een Koreaan 600.000 vierkante hectaar gekocht, waaronder een dorp. Een heel dorp, met al het land eromheen, verkocht aan een Koreaan! Je zou met haar eens moeten praten... een 73-jarige Duitse vrouw, gepensioneerde homeopathisch genezer, die op haar 65e naar Paraguay kwam om een Estancia te beginnen. Geweldig toch? Nou en zo nog vele anderen. Om weer een beetje rustig te worden bedenk ik dan dat ik ook een volgende film in Paraguay zou kunnen maken. Het hoeft niet allemaal in een keer. En het lukt af en toe wel, af en toe niet, dat rustig worden...
Wanneer we met een lange brug de Paraguay Rivier oversteken zijn we reeds in de Chaco en laten we de drukte van de stad achter ons. De weg is nu tweebaans geworden en zal voor de rest van de route nauwelijks een bocht hebben. De weg snijdt een kaarsrechte lijn door het vlakke landschap. Links een veld met her en der een palmboom. Rechts een veld met her en der een palmboom. Af en toe is er een kleine watering waar wat koeien staan te drinken. Soms is er brand in de bermen. Kleine struiken lichten op met vlammen, voor de rest omgeven door rook. Ook wij rijden op momenten door dikke rookwolken. De kilometerpaaltjes links van de weg markeren lui de groeiende afstand tot de hoofdstad. A 21, A 22, A 23. Bij de ingang van een estancia, een gemeenschap of een tankstation wordt de kilometer benadrukt door een extra bord ‘Surtidor km 140’. In de berm staan wat magere koeien te grazen, soms een paard. De weg oogt als lange afstand en kan denk ik beeldend heel goed werken om het isolement van de regio te verbeelden.
Het verkeer bestaat uit de bus uit Asunción, vrachtwagens volgeladen met koeien, kleinere pick-ups volgeladen met gereedschap of voedsel en de snelle 4x4’s die iedereen inhalen. Dichtbij dorpjes zijn er ook nog paard en wagens of motorrijders – drie jongens op de een, een non op de ander, twee meisjes met een schooluniform. Allen zonder helm. Op de weg en langs de weg vind je op deze manier visual evidence van de mensen die in de Chaco wonen en werken – kleine slaperige dorpjes, transport van vee, de rijkere boeren die en estancia hebben.
Langs de weg loopt de elektriciteitslijn en opvallend vaak zien we een zendmast voor mobiele telefonie. Thomas zegt: je bent eigenlijk vijf jaar te laat met je film, en dat is ergens ook wel zo. In razend tempo verrijzen de torens en breiden de cirkels van bereik zich uit. Het is anders dan ik het me herinner. Het klopt ook. Bij navraag blijken steeds meer mensen mobiele telefoons te hebben. In een land waar zes miljoen mensen wonen, zijn er 8 miljoen mobiele telefoons in gebruik. Ook al heeft je woonplaats geen signaal, dan nog heb je een mobieltje, lijkt het. Sommige dorpen vallen wel binnen zo’n bereikcirkel, maar dan hebben ze een ander probleem: geen elektriciteit.
Dit soort gemeenschappen hebben van bijvoorbeeld een NGO zonnepanelen gekregen. Er hangt dan een rijtje mobieltjes onder een zonnepaneel te laden. Als ze geen zonnepaneel hebben, dan is er een ingenieus systeem waarmee een houten ombouw hebben gemaakt voor grote batterijen (van het type voor een zaklantaarn). Er loopt een lijntje waaraan de stekker van de mobiel bevestigd kan worden. Maar de energie van de telefoonaccu is kostbaar, dus meestal staat de telefoon uit. Wil je in contact komen, dan laat je een bericht voorlezen door Radio Pa’i puku. “Maria Gomez vraagt aan Enrique Villalba of hij zijn mobiel aan wil zetten, vandaag rond drie uur.”
De rol van de Radio is veranderd in de dertien jaar dat het uitzendt in de Chaco, daar het leven in de Chaco ook zienderogen verandert. Maar tijdens de interviews bij het radiostation en daarbuiten meent iedereen dat de aviso’s personales nog altijd hun functie hebben.
Ik ben geneigd om de nieuwe technologie ook een plaats te geven in de film; in de trant van: “Kijk, het verandert.. zo was het vroeger overal, maar binnenkort niet meer.” Het is ook heel verleidelijk. Het radiostation lijkt in the middle of nowhere, maar ondertussen zijn zij ook ‘connected’. Terwijl Esperanza de aviso’s voorleest, zit de technicus in het geluidshok gewoon zijn facebook-account bij te werken. Maar nog altijd geldt dat internet maar door zo’n 18 % van de bevolking wordt gebruikt en dat er dagelijks in de Chaco tegen de honderd aviso’s worden ingestuurd om voorgelezen te worden. Als ik me al te erg laat meeslepen door de microinformatie (allemaal razend interessant!) van bijvoorbeeld het hoe en waarom van het radiostation, de veranderende tijden, het sociale probleem van veel indianengemeenschappen in de Chaco – noem het maar op – dan haalt Thomas me er weer bij: “Waar ging het je ook al weer om? De berichtjes toch? En het contact tussen mensen?”
“O ja, o ja, daar ging het me inderdaad om.”
Maar ondertussen tolt mijn hoofd nog steeds. Het is heel moeilijk om niet meegesleept te worden in de realiteit die je tegenkomt, omdat je er tegelijkertijd ook naar op zoek bent. En we krijgen veel gouden suggesties. Je zou daar eens moeten kijken... daar heeft een Koreaan 600.000 vierkante hectaar gekocht, waaronder een dorp. Een heel dorp, met al het land eromheen, verkocht aan een Koreaan! Je zou met haar eens moeten praten... een 73-jarige Duitse vrouw, gepensioneerde homeopathisch genezer, die op haar 65e naar Paraguay kwam om een Estancia te beginnen. Geweldig toch? Nou en zo nog vele anderen. Om weer een beetje rustig te worden bedenk ik dan dat ik ook een volgende film in Paraguay zou kunnen maken. Het hoeft niet allemaal in een keer. En het lukt af en toe wel, af en toe niet, dat rustig worden...
Abonneren op:
Posts (Atom)
